Verslag reis naar “Venetië” 23 mei – 30 mei 2026
Zaterdagmorgen 23 mei stonden 30 kringleden al in de zeer vroege morgen fris en monter klaar bij Reizen Baus in Wellen. Het vertrekuur voor onze reis naar Venetië en Veneto was immers al voorzien om 5h30. Als gedisciplineerde senioren waren we allemaal ruim op tijd en kon onze chauffeur Joeri, geflankeerd door gids Peter, zelfs één minuut voor het geplande tijdstip vertrekken.
Etienne verwelkomde ons allemaal in zijn gekende enthousiasmerende stijl en gaf samen met Peter wat toelichting over onze eerste reisdag. Even de benen strekken en in de nodige andere behoeften voorzien op de eerste stopplaats, Aire de Berchem in Luxemburg, en dan en avant via de Elzas naar Zwitserland. Wegens de drukte van het Pinksterweekend en de info over de alsmaar langer wordende file voor de Gothard tunnel was het zaak zo snel mogelijk aan die tunnel te geraken. Basel werd snel gepasseerd en van de nodige commentaar voorzien door degenen die tijdens één van onze vorige reizen de stad hadden bezocht. Na een opfrissingsmoment in een Raststätte in een stadje juist onder Basel, met de mooie naam “Pratteln”, passeerden we vrij vlug het wondermooie Vierwoudstedenmeer. Hier steeg het enthousiasme bij de reizigers die verschillende jaren geleden de Kringreis naar Seelisberg hadden meegemaakt en kregen we het ene na het andere verhaal over de schoonheid van de streek.
Minder romantisch was de (file)rit naar de Gothard tunnel zelf, maar eens uit de tunnel passeerden we de prachtige Zwitserse en Italiaanse meren op weg naar Lainate boven Milaan, de plaats voor onze tussenovernachting. In het zeer mooi en van alle comfort voorzien 4-sterrenhotel, Litta Palace, genoten we onder een zomerse avondzon van een uitstekend diner op het terras naast het zwembad. Meteen was alle vermoeidheid van de dag reizen vergeten.
Na een verkwikkende nacht in zeer goede bedden trokken we naar de Noord Italiaanse stad Brescia voor een stadsbezoek. Waarom deze stad erkend is als UNESCO werelderfgoed werd snel duidelijk. Het zicht op het antieke centrum (Templo Capitolino) met het forum en de ermee verbonden arena die nog in volle opgraving was deed onmiddellijk denken aan die andere Romeinse stad, Rome. Hier, en verder in de Duomo Vecchio is duidelijk te zien dat de antieke en middeleeuwse gebouwen beduidend onder het huidig grondniveau lagen en liggen. Men bouwde met het puin van de oude gebouwen de nieuwe huizen gewoonweg boven op de oude.
De Piazza Paolo VI, genoemd naar paus Pauls VI die van Brescia afkomstig was, is uniek in Italië omdat het 2 kathedralen huisvest, de Duomo Vecchio en de Duomo Nuovo. In de oude basiliek, die ons ook de nodige verkoeling bracht in het erg zomerse weer, werden we niet enkel verrast door de enorme koepel die ons deed denken aan het Pantheon in Rome, maar ook door de crypte met restanten van het “Heilig Kruis waarop Christus zou gestorven zijn”.
De nieuwe basiliek (Duomo Nuovo), die uit de middeleeuwen stamt en opgetrokken is in barok stijl, straalt pracht en praal uit. Zelfs op Pinksterzondag was men bezig met de vele schilderingen en fresco’s te restaureren. Naast het altaar bevindt zich een monument gewijd aan Giovanbattista Montini die door de meesten onder ons nog gekend is als Paus Paulus VI (paus van 1963 – 1978).
De voormiddag sloten we af op de Piazza della Logia met mooi gerestaureerde middeleeuwse gebouwen met uiteraard het Palazzo della Loggia en de Torre dell'Orologio (klokkentoren).
De kennismaking met de Italiaanse keuken was uiteraard voortreffelijk en bovendien met mooi zicht op de Piazza.
We verlieten Brescia en kwamen in de vooravond aan in ons 4-sterrenhotel “Hotel Galassia”. Na een verkwikkende douche vergastte het hotel ons op een lekker prosecco aperitief met bijhorende Italiaanse hapjes en het diner.
Maandag was vrijgehouden als vrije dag om te winkelen, uit te rusten of op verkenning te gaan.
De volgende dag bracht de bus ons naar het uiterste punt van Lido di Jesolo waar de boot naar Venetië, de stad met de meer dan 400 bruggen, op ons wachtte. Een vaart van een klein uurtje bracht ons doorheen de lagune naar het wereldberoemde San Marco plein. De basiliek van San Marco en het ernaast liggende Dogenpaleis maakten indruk maar de massa toeristen jammer genoeg ook.
Dan maar verder wandelen met de Brug der Zuchten (waar de gevangenen overheen moesten naar de rechtszaal en na de uitspraak weer, maar dan naar de gevangenis of een nog minder leuke plaats) op de achtergrond naar de verkeersader van Venetië, het Canal Grande. Op het hoogste punt van de stad waar het Canal Grande passeert konden we vanop de Rialtobrug de wateractiviteiten goed gade slaan: vaparetto’s, gondels, waterpostbezorgers, …. Ook op het water een druke van jewelste.
Een hapje en een drankje in één van de ontelbare eetgelegenheden naast de kanaaltjes gaf ons opnieuw moed om op eigen houtje Venetië te verkennen. Met de loden hitte en de ontiegelijk vele toeristen kozen de meesten voor een terras(je) in de schaduw, waar we wel rustig konden genieten van de mooie architectuur rond het San Marcoplein.
Rond 16h00 was het, omwille van de typische Italiaanse nonchalance, zoeken naar de boot die ons doorheen de lagune terugbracht naar Lido. Het diner in ons hotel en het achterafje aan de bar naast het zwembad waren een mooie afsluiter van een drukke dag.
Woensdag was een dag weg van zee. Al om 9h00 waren we op weg naar Bassano del Grappa, een middeleeuws bergstadje in de Venetiaanse Vooralpen, aan de voet van de Monte Grappa. Na een vlotte rit van ca 1h30 stapten we door de goed bewaarde poort in de stadwallen richting centrum. Het erg mooi straatje van de stadspoort naar het centrum, Viale dei Martiri, omzoomd door laanbomen en een prachtig zicht op de groene en zeer propere bergomgeving, getuigt nog steeds van een zeer bloedige periode in WOII. Op 26 september 1944 (tegen het einde van de oorlog) werden 31 jonge partizanen opgehangen of neergeschoten. Om hen te herdenken draagt elke boom naast de Viale dei Martitri de naam en foto van elke partizaan die toen het leven liet en tevens een symbool van de wijze waarop ze de dood vonden: touw of kogel. Ook wij werden nog stil tijdens het wandelen door dit herdenkingsstraatje.
Via het Piazza Garibaldi (bijna elke Italiaanse stad heeft wel een straat genoemd naar Garibaldi, de Italiaanse vrijheidsstrijder die mee gezorgd heeft voor de eenmaking van Italië) en de mooie middeleeuwse straatjes bereikten we het toeristisch hoogtepunt van de stad: de monumentale houten brug over de Brenta rivier, de Ponte degli Alpini of ook Ponte Vecchio genoemd. De brug, met zicht op de schilderachtige bergomgeving en de rivier, is genoemd naar het Italiaanse elitekorps uit WOII dat vrijwel volledig was samengesteld uit soldaten die uit de bergomgevingen kwamen. Deze mooi uitgedoste soldaten droegen een kenmerkend hoofddeksel met een pluim. Velen onder onder ons kennen wellicht nog de komische TV serie “Allo Allo” (jaren 80) , waarin ze werden opgevoerd onder leiding van kapitein Alberto Bertorelli die uitgedost was als een echte Alpini kapitein.
Na de afsluiter van deze mooie wandeling, een lekkere lunch of een snel hapje in één van de trattoria’s, ging het naar een distilleerderij van grappa: Poli Grappa. Tijdens de rondleiding doorheen dit bedrijf van de familie Poli gaf de gids van het bedrijf niet alleen uitleg over de werking van het proces om grappa te maken maar tevens over de familiegeschiedenis van het bedrijf. De loyaliteit van de werknemers aan Poli Grappa en van het bedrijf aan zijn werknemers was de rode draad doorheen het verhaal, mooi geïllustreerd door de filmpjes en foto’s van huidige en medewerkers uit (lang) vervlogen tijden. De tocht doorheen het bedrijf, met het nodige testen van onze smaakpapillen, deed ons in de shop belanden waar uiteraard alle producten van Poli Grappa konden aangeschaft worden.
Gepakt en gezakt met verschillende soorten grappa of andere liquide vloeistoffen die werden meegenomen als geschenk voor familie, kennissen of buren die tijdens de hete dagen in België onze huizen en/of tuinen bewaakten en verzorgden - of was het een smoes om zelf thuis aan de drank te kunnen zitten? - trokken we naar ons hotel voor weer een lekker diner.
Was het omdat de gids dacht dat we aan de grappa gezeten hadden? Alleszins werd ons vertrek donderdagmorgen naar de vertrekplaats van de boot pas om 9h45 gepland. Weer de boot op, ditmaal voor een bezoek aan 2 bekende eilandjes in de Venetiaans lagune. Eerst ging het naar het eiland Burano. Na een dik half uurtje varen doorheen de lagune zagen we de kenmerkende veelkleurige huizen al vanop onze boot verschijnen. De opvallend scheefstaande toren van de kerk werd eerst opgemerkt en druk gefilmd of gefotografeerd. Kanaaltjes en bruggen die doorheen de verschillende delen van het eiland lopen boden aan hun oevers een veelheid aan van verlokkelijke winkeltjes en gezellige eetgelegenheden. Na een uurtje flaneren langs straatjes en kanaaltjes sloten we het bezoek aan Burano af met een klein hapje in de trattoria’s.
‘s Namiddags was het eilandje Murano aan de beurt. Onze boot meerde aan bij de loopbrug die recht de artisanale glasblazerij inliep. Amper gezeten gaf een artisanale glasblazer een mooie presentatie. Begeleid door de deskundige commentaar van een lokale gids werden enkele technieken door de glasblazer getoond . In een mum van tijd speelde hij het klaar een vensterglas kleurige vaas en een veelkleurig steigerend paardje tevoorschijn te toveren. Om de toelichting van de gids kracht bij te zetten werden we even later opgeschrikt door het stukspringen van de vaas. Dit illustreerde de uitleg dat het glas gemaakt met de techniek van de vaas een gecontroleerde, langzame afkoeling nodig heeft in een speciale koelcel. De prachtige stukken vonden we niet alleen hier maar ook in de vele winkels naast de kleine en grote kanalen. In één van de winkeltjes werd een mooi, maar uiteraard broos, volledig glazen schaakspel aangeboden. Om de toeristen tot kopen aan te zetten had de verkoper een mooi trucje: de inwoners van Murano werken nog graag met cash geld, zei hij, en dat verdient uiteraard een korting op de prijs. Maar daar gingen we als goede (ex-) bankiers vanzelfsprekend niet op in.
Na een mooie vaart doorheen de lagune van Murano via Burano naar Lido di Jesolo waren we tegen 17h30 terug voor een verfrissende duik in zwembad. Enkelen van ons maakten hiervan gretig gebruik en werden zelfs met veel plezier vergast op aqua gym onder deskundige en gewillige begeleiding door Etienne.
Vrijdag, na het ontbijt, was de tijd voor de terugreis al aangebroken. Om 7h45 waren we al op weg naar onze eerste stop: een bezoek aan de studentenstad Padua waar één van de oudste universiteiten van Europa is gevestigd. We startten ons bezoek aan Prato della Valle, het grootste plein van Italië. Wat het plein zo bijzonder maakt is dat het omringd is door een kanaal met langs de oevers maar liefst 78 standbeelden van beroemdheden, met onder andere Dante, Canova en Giotto. De vier bruggen over het kanaal maken het je gemakkelijk om van de ene naar de andere kant te gaan.
Eens over één van deze bruggen togen we naar de Basilica di Sant'Antonio. De kerk is opgedragen aan St. Antonius van Padua, een geliefde Franciscaanse heilige en bij ons bekend als de heilige van de verloren voorwerpen. Maar in Padua staat dit bedevaartsoord bekend als dat van de heilige van de vrouwen die op zoek zijn naar een man maar (nog) niet gevonden hebben. Een prachtige illustratie hiervan waren de 5 vrouwen die we in de basiliek geknield en wanhopig zagen bidden voor een priester en het beeld van Sint Antonius met het nodige (Italiaanse) geluid erbij.
Vermits we niemand in de groep hadden die interesse vertoonde voor een bezoekje aan die priester en heilige trokken we verder richting het hoofdgebouw van de oude universiteit waar onder meer Galileo Galilei (die bewees dat de aarde rond de zon draait, wat in 1610 ketterij was) als hoogleraar wis- en natuurkunde doceerde. Jammer genoeg bleef er geen tijd over om ons ook te laten onderdompelen in de moderne wis- en natuurkunde. Als alternatief laafden we ons dan maar in de eetgelegenheden in deze studentenomgeving.
Dan ging het snel richting Gothard in Zwitserland waar we in een eenvoudig maar goed motel vlak bij de autoweg een goed gesmaakt stevig avondmaal kregen opgediend.
En zaterdag ging het vlot en snel via Frankrijk naar huis. Onderweg, in de streek van de Franse Elzas, konden enkelen niet weerstaan aan het bekende regionale gerecht: choucroute met worst en spek.
Dankzij onze chauffeur Joeri geraakten we tegen 19h00 veilig en wel terug op onze vertrekplaats in Wellen, het eindpunt van weer eens een mooie reis.
Rudi Ceyssens
Hierbij de foto's van Louisa Winters
Foto's reis Venetië van Louisa Winters
Foto's van Paul Peeters
Foto's van Rita Degreeve + Raymond