Verslag reis naar “De Baai van de Somme” 22-25 september 2024
Zondagmorgen 22 september was het voor 40 meereizende kringleden nog eens vroeg opstaan. Het vertrekuur was immers al voorzien om 6h30 op het terrein van Reizen Baus in Wellen. Sommigen vreesden blijkbaar dat ze niet op tijd zouden zijn en stonden reeds om 5h30 paraat in Wellen. Anderen hadden wat probleempjes met hun wekker (of hun oren?) en kwamen iets later toe. Onze chauffeur Jos en gids Stephan waren eveneens op post zodat we iets voor 7h00 al op weg waren. De rustige zondagochtend op de Belgische wegen zorgde er vervolgens voor dat we ons uur- en reisschema vlot konden nakomen.
Onze Etienne was als reisverantwoordelijke ook weer van de partij en verwelkomde ons in zijn gekende enthousiasmerende stijl. Hij stelde enkele reisgezellen gerust met zijn uitleg over de reisroute van de eerste dag en wat info over de tussenhaltes waar we de benen even konden strekken en aan wat andere behoeftes konden voldoen, indien nodig.
Via Antwerpen en Gent zaten we al snel en perfect volgens schema in West-Vlaanderen vanwaar het richting Calais ging voor een eerste stadsbezoekje. Intussen hadden we van onze gids Stephan al een goed becommentarieerd overzicht gekregen van de snel wisselende landschappen tussen de Haspengouwse leemstreek en de West-Vlaamse polders.
Om 11h00 al bezochten we in Calais het prachtige, mooie rood-wit gekleurd stadhuis met de prachtige Belforttoren in dezelfde kleuren. Omwille van een opendeurdag konden we het interieur ook gratis bewonderen evenals de lopende tentoonstellingen. Het beroemde beeld “De Burgers van Calais” van Rodin bekeken we van dichtbij tijdens een korte wandeling door de tuin aan het Belfort en stadhuis.
Na een hapje en een drankje togen we verder naar de Opaalkust (Côte d’Opale) waar we een korte maar mooie wandeling konden maken naar de rustgevende wandelpaden op de witte kliffen van Cap Blanc Nez (wat blijkbaar niet neus maar wel landtong betekent) met uitzicht op de schilderachtige dorpjes in de omgeving. Het leek wel het “Toscane van het Noorden”. De fervente wandelaars en rustzoekers onder ons genoten hier enorm van. De verschillende bunkers en de kraters van de bominslagen tijdens de 2de wereldoorlog wezen er wel nog steeds op dat het niet altijd zo rustig en vredig is geweest in deze streek.
Wat verderop liepen we ook even over Cap Griz Nez (met wat meer grijsachtige kliffen) van waaruit we dan weer de witte kliffen van het Engelse Dover konden zien. Met een afstand van ongeveer 30 km ligt Engeland hier het dichtst bij de Franse kust. Dat was blijkbaar ook door de Duitsers goed geweten: overal zagen we nog resten van de “Atlantikwall” die van Noorwegen tot Spanje langsheen de Europese Westkust door de Duitsers werd gebouwd ter verdediging tegen een geallieerde invasie.
In de vooravond namen we onze intrek in hotel De La Terrasse, vlak aan zee in het plaatsje Fort-Mahon-Plage, waar we door het hotel getrakteerd werden op een lekker aperitiefje en bij het diner op wijnen en andere dranken aan tafel.
De stoomtrein van de “Chemin de Fer de la Baie de Somme” was maandag onze eerste bestemming. Onderweg hielden we wel even halt in het kleine stadje Rue voor een kort bezoek aan de zeer mooie middeleeuwse Chapelle du Saint Esprit. De pilaren in de kapel, die als een hangende stenen luster terug naar beneden komen, waren zeer mooi om te zien.
Eens in Le Crotoy in de trein vertrokken we aan een gezapig tempo door de baai waar we ook konden zien hoe de locomotief via een antiek mechanisch draaiplateau omgekeerd werd op de sporen. Onderweg door het immense overstromingsbied van de zee graasden heel wat schapen. Het lamsvlees blijkt er zouter te smaken dan elders, omdat het zeewater het gebied geregeld binnenstroomt en het gras daar zilt maakt. Maar ook de flora en fauna van het gebied straalde de grootsheid van de natuur uit.
In het eindstation, het idyllisch stadje Saint-Valery-sur-Somme, dat we via het sluizencomplex op de Somme bereikten waren er heel wat gelegenheden om de innerlijke mens te versterken. Op aanraden van onze gids Stephan verkozen we het restaurant Chez Jeanne waar we genoten van een heerlijke dagverse “Assiette du Pêcheur”. Het restaurant is genoemd naar de legendarische Jeanne d’Arc die in de omgeving ten strijde trok tegen de Engelsen. Ze werd gevangen genomen en opgesloten in de toenmalige gevangenis van Le Crotoy vooraleer ze later in Rouen tot de brandstapel werd veroordeeld.
Na een korte verkenning van het prachtige Saint-Valery in een Indian Summer weertje (ja gedurende onze reis regende het bijna uitsluitend ‘s nachts of wanneer we in de bus zaten en vertoefden we tijdens onze trips meestal in een heerlijk zonnetje) trokken we naar het stadje Le Tréport aan de Albastenkust (Côte d’Albatre) in het noorden van Normandië. Het stadje ligt op zeeniveau aan de voet van de kliffen die ongeveer 100 meter boven het stadje uitrijzen. Bovenop de klif heb je niet alleen een prachtig zicht op Le Tréport, maar tevens op de kliffen van de Opaalkust in het noorden en op die van Dover in Engeland.
De afdaling van 155 meter lang met de kabelbaan (op ijzeren rails, uniek in Frankrijk) in een hoek van 63° doorheen de klif naar de stad aan de zee was adembenemend mooi. Vanaf het punt dat de kabelbaan uit de donkerte van de rots komt heb je vanuit de cabine een prachtig zicht op de stad. De tocht (evenals de tocht terug naar boven) duurt slechts 2 minuten maar is een “must do”. En wat wij ons niet meer kunnen voorstellen: het is volledig gratis!
Na een bezoekje aan de kathedraal en een lekker drankje op een zonnig terras met mooi havenzicht waren we met de “funiculaire” weer snel boven op de klif waar we in onze bus op de “gratis” parking (ook gratis voor auto’s) stapten richting ons hotel.
Dinsdagmorgen was de mooie stad aan de Opaalkust, Boulogne-sur-Mer aan de beurt. Hoewel de tunnel onder het kanaal veel verkeer van en naar Engeland eenvoudig maakt heeft Boulogne toch nog een drukke ferryhaven voor het verkeer met Engeland. Een aparte belevenis was het bezoek aan Nausicaá, het grootste aquarium van Europa. De onderwaterwereld met het bijzonder kleurrijk en uitermate verscheiden leven erin was fascinerend. Zeker wanneer je als het ware mee wandelt op de bodem van de aquariums.
In een wat frisser maar regenloos weertje verkenden we in de namiddag de oude, Romeinse, omwalde binnenstad en deden we de grootste crypte van Frankrijk aan. De namen van alle pausen stonden hier chronologisch per eeuw gegraveerd in de muren van de met mooie fresco’s gekleurde onderaardse koepels. Na een afsluitertje in een cafeetje in de oude stad stond het diner ons weer op te wachten in ons hotel “De La Terrasse”.
En dan volgde de laatste dag van ons verblijf aan de Somme. Toch waren er nog wat top bezienswaardigheden voorzien. Reeds bij het naderen van de stad Amiens zagen we in de verte op het hoogste punt van de stad een meesterwerk van gotische kunst en UNESCO werelderfgoed: de kathedraal. De indrukwekkende buitenkant wordt zelfs bijna overtroffen door de zeer mooie binnenkant. De ramenrijen zijn zo mooi en goed geplaatst dat het bij wijze van spreken lijkt alsof je in volle daglicht staat. Opvallend zijn ook de verwijzingen naar heidense beeltenissen, zowel aan de binnen-als buitenkant. Deze kathedraal in de hoofdstad van het departement Somme en de regio Hauts-de-France is tevens de grootste gotische kathedraal van Frankrijk en echt het bezoeken waard.
De wandeling naar de middeleeuwse wijk Saint-Leu na het bezoek aan de kathedraal was kort, maar leidde ons naar een prachtig stadsgedeelte met heel wat horecagelegenheden, veelal gevestigd in middeleeuwse huizen. De mooie historische pleintjes gelegen aan de rivier die door de stad loopt, deden de lunch nog beter smaken.
Na de culinaire geneugten volgde de terugreis al. Een halte aan het memorial uit de 1ste wereldoorlog in de Noord-Franse stad Thiepval maakte velen erg stil. Niet alleen het monumentale gebouw zelf ter herdenking van de vrijwel ontelbare gesneuvelden uit de 1ste wereldoorlog, maar ook de lange rijen en kolommen met de namen van gesneuvelden gegraveerd op de muren maakten diepe indruk. Het geheel leek zelfs wat onwezenlijk als je hoog vanuit het monument over de graven keek en als het ware een “Toscaans landschap in het noorden” zag.
In de vooravond werden we nog vergast op een klein dinertje tijdens een tussenstop in Deinze. En dan ging het snel. Blijkbaar had het “Indian Summer” weertje België (nog?) niet bereikt want tijdens de rit naar Wellen begon het alsmaar harder te regenen. Dankzij onze chauffeur Jos geraakten we tegen 22h00 veilig en wel terug op onze vertrekplaats en openden dan snel onze paraplu’s. Een mooie reis was weer voorbij maar de herinnering doet al uitkijken naar een volgende!
Hierbij de foto's van Adelin over de reis.
Verslag Rudi Ceyssens.