Verslag reis naar “De Champagnestreek” 21 – 23 september 2026
De grote belangstelling van onze leden voor deze reis was ook te merken in de (zeer) vroege morgen van 21 september te Wellen. We wisten al dat de reis snel was volgeboekt en dat de enkele vrijgekomen plaatsen telkens onmiddellijk opnieuw werden ingevuld. Maar om het vertrek toch maar niet te missen stonden vele medereizigers al iets na 5h00 klaar bij de busmaatschappij Baus hoewel het vertrek pas om 6h00 was voorzien. Van interesse en motivatie gesproken!
Samen met onze chauffeur Jurgen Baus (de grote baas zelf) en gids Peter was de bus dan ook al voor 6h00 op weg.
Onze (intussen al) zeer ervaren reisleider Etienne verwelkomde iedereen, met toch speciale aandacht voor de al dan niet recent aangesloten leden die voor de eerste keer een reis met onze kring maakten.
Via de autoweg naar Luik en Namen waren we al snel in het noorden van Frankrijk. Het ontiegelijk vroeg uur waarop de meesten waren opgestaan en de duisternis in de vroege morgen van de eerste herfstdag van het jaar waren te merken aan de vele rustige en duttende metgezellen in de bus.
Na een korte tussenstop voor een koffie en/of een broodje, het doorbreken van de zon en het naderen van Reims werd het al wat luidruchtiger in de bus.
Iets na 10h00 keken we al bewonderend naar de indrukwekkende kathedraal van Reims die rondom aan de buitenkant een van de grootste beeldhouwwerkenscènes uit de middeleeuwen bevat. Er wordt gesproken van 2.303 figuren op de gevels! De stenen zijn inderdaad bevolkt met allerlei figuren: koningen, engelen, heiligen, profeten, dieren en gezichten die ernstig of bijna geamuseerd kijken. Ze laten het uitzonderlijke vakmanschap van de beeldhouwers uit die tijd zien. Onze aandacht werd vooral getrokken door twee groepen van beelden en de figuur van Christus aan het kruis erboven. Volgens de overlevering mocht de groep links na het oordeel naar de hemel en moest de rechtergroep naar de hel. Ook de glimlachende engel aan de hoofdingang en de koningsgalerij met een lange rij silhouetten boven de portalen waren opvallend. De koningsgalerij symboliseert de zalving en kroning van de Franse koningen. Van Lodewijk de Vrome in 816 tot Karel X in 1825 werden hier 33 koningen van Frankrijk gekroond.
Binnen in de kathedraal zijn de glas in lood ramen erg opvallend. Ze maken het interieur zeer helder, in tegenstelling tot de meeste andere kerkelijke gebouwen waar het meestal duister is.
Onze korte stadswandeling leidde ons verder naar de Place Royale waar de brede wegen samenkomen, zoals bij een Romeins forum. Het standbeeld van koning Lodewijk XV die als een Romeinse keizer wordt afgebeeld versterkt deze indruk. Even verder vormde de mooi gerestaureerde Porte de Mars, de Romeinse poort van Reims, een mooie plaats voor een eerste groepsfoto. Richting ons eindpunt van de wandeling, het culinaire centrum van Reims, passeerden we “Le Cellier” een mooi staaltje van architectuur met een toegangspoort in vorm van een wijnvat, met erboven 5 muurschilderingen die de verschillende stappen van het maken van champagne, van druif tot fles, uitbeelden. Het gebouw werd in het verleden gebruikt door enkele grote champagnehuizen maar is vandaag een cultureel centrum in stadshanden. Hier vernamen we dat één van onze medereizigers een fervente verzamelaar is van de metalen dopjes op de kurken van de champagneflessen en dat deze allerlei afbeeldingen bevatten zoals van koningen, sporters, dieren, gebeurtenissen enz… Met een verzameling van rond 45.000 stuks lijkt hij ons een professional die zijn collectie nog heeft kunnen uitbreiden tijdens onze bezoeken aan de champagneproducenten die hem hierover graag te woord stonden.
Na een lekkere lunch onder een stralende herfstzon trokken we met de bus naar “Lallement Massonot” een lokale champagneproducent in de heuvels rond de stad die plaatselijk bekend staan onder de naam “Les Montagnes de Reims”.
Aan de rand van hun wijngaard kregen we een deskundige uitleg door een koppel van de 5de generatie van deze familiale producent over de verschillende druivensoorten die er blijkbaar niet alleen voor champagne maar ook voor wijn worden gebruikt. In hoofdzaak worden er 3 druivenrassen geteeld: de blauwe meunier en pinot noir druiven en de witte chardonay. Meestal wordt de champagne gemaakt uit een mengeling van deze 3 soorten. Als de champagne van één soort wordt gemaakt spreekt men van “Blanc de Blancs” bij witte en “Blanc de Noirs” bij blauwe druiven.
Ook hier slaat de klimaatverandering genadeloos toe, waarbij de hete zomer tot kleinere, meer suikerrijke druiven en minder opbrengst leidt. De kleinere, lokale producenten maken weliswaar ook hun eigen champagnes maar veelal verkopen ze een groot deel van hun productie aan de grote wijnhuizen in de vorm van druiven of sap.
Dan volgde onze eerste praktijktest: hun champagne proeven in hun proeflokaal. Na de proeverij van 3 van hun champagnes waren we al overtuigd en werden de eerste voorraden ingeslagen.
De champagne deed duidelijk zijn werk want in de bus richting ons hotel werden de gesprekken al wat geanimeerder. Tegen zes uur had iedereen al een kamer en na de aperitiefjes, het diner en een afsluitertje was het bedtijd.
Dinsdagmorgen, na een goed en uitgebreid ontbijt, waren we om 9h00 al op weg naar Troyes, de hoofdstad van het departement Aube. De gevangenis voor de stad lieten we maar rechts liggen om tegen 10h30 in Troyes aan te komen.
Reeds tijdens het uitstappen zagen we de mooie, middeleeuwse houten huizen die kenmerkend zijn voor Troyes. De wandeling door deze historische omgeving leidde ons langs het Hôtel-Dieu-le-Comte, een voormalig middeleeuws ziekenhuis en gastenhuis.
Vandaag de dag huisvest het historische gebouw de Cité du Vitrail: een modern museum en expertisecentrum dat volledig gewijd is aan de kunst van het gebrandschilderd glas (glas-in-lood), waar Troyes en de regio om bekendstaan.
De kathedraal, even later op onze route, heeft prachtige, gebrandschilderde glazen ramen die samen met de houten beelden van drie wenende vrouwen bij het graf van Christus de trekpleister vormen voor een bezoek.
In het centrum van de stad is het ijzeren kunstwerk, het hart van Troyes, een eerbetoon aan de oude metaalindustrie van de regio. Het trekt verliefde koppeltjes aan die zich er graag onder laten fotograferen, wat bij sommigen van ons duidelijk inspiratie bracht.
De wandeling langs de middeleeuwse vakwerkhuizen, de gezellige openbare ruimtes en de Seine die door de stad vloeit bracht ons in het culinaire hart van Troyes.
’s Namiddags volgde een bezoek aan een champagneproducent in het dorp Bouzy, juist onder Reims. In dit familiaal bedrijf leidde de zoon des huizes ons door hun kelder waar de champagne al in flessen rust. Met volle interesse volgden we zijn uitleg bij het proces om het bezinksel van de gist uit de fles te krijgen. Dit deels handmatig en machinaal proces, waarbij de kurk (die onder druk van 6 bar staat) wordt verwijderd om het bezinksel (eerst bevroren op -27°) er te laten uitschieten, werd van dichtbij en aandachtig gevolgd. We zagen ook hoe dan een afgemeten hoeveelheid likeur werd toegevoegd om het suikergehalte op het juiste peil te krijgen.
Na weerom een degustatie met de nodige uitleg en goed gepakt met dozen champagne togen we weer naar ons hotel voor het diner.
Woensdagmorgen, dag van onze terugreis, stond een bezoek aan de hoofdstad van de champagne, Epernay, op het programma. Maar onderweg deden we, gelukkig, nog even het idyllische champagnedorpje Hautvillers aan. Kuierend door dit rustige dorpje genoten we van de mooie uitzichten op de heuvelachtige omgeving met de vele wijngaarden. Een korte wandeling bergop bracht ons naar het kleine dorpsforum met het standbeeld van de monnik Dom Pérignon, die de edele drank verfijnde tot de bubbels zoals we die vandaag kennen en in Hautvillers overleed. De stilte, de warme nazomerstralen en de uitnodigende terrasjes moesten we jammer genoeg op dit vroege uur aan ons laten voorbijgaan. Het einddoel van de voormiddag was enkele km verderop gelegen, Epernay.
Over een lengte van 1,6 km reden we over de Avenue de Champagne met de beroemde champagnehuizen en particuliere herenhuizen van eind 19e eeuw. Naast het bekende huis Moët & Chandon, dat ook eigenaar is van het merk Dom Pérignon, stapten we uit om, voor wie het wenste, de huizen van dichterbij te bewonderen en/of te bezoeken. Bij Moët & Chandon zagen we flessen Dom Pérignon van 12.000 euro per stuk, terwijl de goedkoopste 250 euro kosten (met geschenkdoos inbegrepen uiteraard).
Na de lunch, gepaard met een wat goedkoper wijntje, ging het naar het bekende huis Mercier. Na een introductie over de geschiedenis van het huis en over het enorme houten wijnvat dat de inkomhal nagenoeg geheel vulde, werden we met een lasergestuurd treintje door hun 18 km lange ondergrondse gangen gereden. Hier zijn hun champagneflessen opgeslagen bij een permanente temperatuur van 10 graden. Het bleek maar een deeltje van alle tunnels te zijn want de wijnkelders vormen als het ware een stad onder de stad. Alle aan de Avenue de Champagne gelegen huizen samen bezitten immers een tunnelstelsel van 110 km waar zij meer dan 200 miljoen champagneflessen hebben opgeslagen.
Ietwat onderkoeld konden we ons opwarmen aan de derde degustatie in drie dagen. Wie tijdens de vorige dagen nog niet voldoende voorraad had ingeslagen kreeg hiervoor nog een laatste kans.
Een mooie afsluiter om de terugreis naar Wellen aan te vatten, waar we rond half negen aankwamen na een vlotte en veilige rit dank zij onze chauffeur Jurgen.
Maar vooraleer huiswaarts te keren kwam men al bij het reiscomité vragen waar de volgende reis naar toe zal gaan. Dus, werk aan de winkel om hier snel een antwoord op te kunnen geven.
Verslag Rudi Ceyssens.
Foto's Champagnestreek René Louwies + aangevuld met foto's van Etienne en Nico.
Foto's Champagnestreek Danny Huygens